Wie bespaart op openbaar vervoer, bespaart op de circulaire economie
Wie bespaart op openbaar vervoer, bespaart op de circulaire economie
De Vlaamse overheid vraagt vervoersmaatschappij De Lijn om 35,5 miljoen euro te besparen, waardoor verschillende buslijnen dreigen te verdwijnen.
Vooral lijnen met gemiddeld acht reizigers of minder riskeren afgeschaft te worden. De Lijn moet dus in het aanbod schrappen maar de finale beslissing ligt bij steden en gemeenten, georganiseerd in vervoerregio’s.
Een vervoerregio is een samenwerkingsverband van steden en gemeenten die samen beslissen over mobiliteit in hun regio, zoals buslijnen en haltes.
Veel van die vervoerregio’s verzetten zich tegen de plannen van Vlaams mobiliteitsminister Annick De Ridder en hebben de besparingen al afgewezen.
Deze besparing gaat over meer dan mobiliteit. Ze raakt ook aan sociale rechtvaardigheid, klimaatbeleid én de circulaire economie.

Minder openbaar vervoer raakt mens én klimaat
Wanneer buslijnen verdwijnen, treft dat vooral mensen die geen alternatief hebben, zoals jongeren, ouderen, mensen zonder auto of gezinnen met een beperkt budget.
Organisaties zoals TreinTramBus wijzen er al langer op dat openbaar vervoer een basisrecht is. Zonder bus of trein wordt het moeilijker om naar werk, school, zorg of sociale activiteiten te gaan.
Bovendien staat dit haaks op de ambitie van de zogenaamde modal shift. Dat is het beleid dat mensen uit de auto wil halen en meer wil laten kiezen voor andere vervoersmiddelen, zoals trein, tram, bus, fiets en deelmobiliteit. Minder openbaar vervoer maakt dat doel onhaalbaar.
Ons mobiliteitssysteem gebruikt enorme hoeveelheden materialen
Mobiliteit gaat niet alleen over het verplaatsen van mensen, het gaat ook over materialen.
Onderzoek van het CE Center (Steunpunt Circulaire Economie) van Vlaanderen Circulair toont dat ons huidig mobiliteitssysteem bijzonder inefficiënt omgaat met grondstoffen. Een gemiddelde auto staat 96% van de tijd stil, slechts een klein deel van de tijd wordt hij effectief gebruikt om te rijden.
Toch bevat elke wagen duizenden kilo’s materiaal: staal, aluminium, plastics, elektronica en batterijen. Hoe meer auto’s we produceren en bezitten, hoe groter de druk op grondstoffen, energie en het klimaat.

Deelmobiliteit is juist wel circulair
De circulaire economie draait om meer doen met minder materialen.
In mobiliteit betekent dat:
- voertuigen intensiever gebruiken
- delen in plaats van bezitten
- investeren in collectieve vervoerssystemen
Openbaar vervoer is daarom een essentieel onderdeel van een circulaire economie. Eén bus kan tientallen mensen tegelijk vervoeren. Dat betekent minder voertuigen, minder materiaalgebruik en minder uitstoot.
Volgens studies van Vlaanderen Circulair kan een goed uitgebouwd systeem van gedeelde mobiliteit – zoals openbaar vervoer of autodelen – de vraag naar nieuwe voertuigen aanzienlijk verminderen.

Besparen of investeren?
Een gezonde begroting is belangrijk. Maar de vraag is waar we besparen en waar we investeren.
Investeren in openbaar vervoer zorgt voor:
- minder materiaalgebruik
- minder CO₂-uitstoot
- toegankelijke mobiliteit voor iedereen
- minder verkeersdrukte
Besparen op openbaar vervoer kan dus onbedoeld het tegenovergestelde effect hebben, zoals meer auto’s, meer materiaalverbruik en meer uitstoot.
Wie de circulaire economie en de circulaire transitie ernstig neemt, moet mobiliteit mee in dat verhaal opnemen.
Wat kan jij doen?
Beslissingen over buslijnen worden niet alleen op Vlaams niveau genomen. Ook vervoerregio’s en gemeenten spelen een rol.
Je kan:
- je mening delen bij je gemeente of vervoerregio (bv. via de website of mail)
- lokale mobiliteitsplannen opvolgen
- het debat over openbaar vervoer mee ondersteunen
Want mobiliteit gaat niet alleen over hoe we ons verplaatsen, maar ook over hoe we met onze schaarse grondstoffen omgaan.
