MUCE Coopt: unwrapped
Wat we tot nu toe leerden over de toegankelijkheid van coöperatieve, verpakkingsvrije winkels
Een circulaire toekomst vraagt meer dan technologie en innovatie. Ook de manier waarop we ons organiseren bepaalt mee of de transitie slaagt. Het coöperatieve model heeft op dat vlak veel te bieden: coöperaties vertrekken vanuit collectief eigenaarschap, democratische besluitvorming en transparantie. Ze betrekken mensen actief bij zowel de uitdaging als de oplossing.
Daarom lanceerde MUCE dit jaar MUCE Coopt, een onderzoek met de steun van de spelers van de Nationale Loterij, samen met het Kenniscentrum Coöperatief Ondernemen (KCO) en de coöperatieve verpakkingsvrije winkels Bocal, Rico Lab en CoopCentraal. De vraag die we centraal zetten:
Hoe maken we coöperatieve verpakkingsvrije winkels aantrekkelijk en toegankelijk voor iedereen?
Nog niet bekend met coöperaties? Lees dan zeker ons artikel over ‘coöperaties in mensentaal’.

Welke coöperaties zijn we gaan onderzoeken?
De wereld van coöperaties is groot. Wij gingen gericht op zoek naar circulaire coöperaties, en kwamen zo uit bij coöperatieve verpakkingsvrije winkels.
Deze winkels zijn opgezet als coöperatie. Dat betekent dat ze zich inzetten voor een bepaalde missie, en dat (een deel van) de klanten ook lid is van de coöperatie. Wie een aandeel koopt, wordt lid en daarmee mee-eigenaar van de winkel, met het recht om mee te beslissen over het reilen en zeilen ervan. Die combinatie van eigenaarschap en zeggenschap is de rode draad. Wat er verder van je verwacht wordt als lid, verschilt van coöperatie tot coöperatie. In participatieve coöperaties draai je vaak elke maand een aantal uren mee in de werking. Elders is de verwachte inbreng kleiner en word je bijvoorbeeld vooral verwacht op de jaarlijkse algemene vergadering.
We gingen langs bij Rico Lab en Bocal. Beide coöperaties vertrekken vanuit gelijkaardige waarden: biologische voeding van kleinschalige producenten aanbieden aan een prijs die eerlijk is voor de boer én voor de consument. Daar komt een circulaire ambitie bij, want een groot deel van hun aanbod ligt er zonder verpakking.
Een missie waar wij dus volmondig achter staan. Maar net in die missie ligt al een grote uitdaging. Een prijs die eerlijk is voor de boer én de consument, is nog geen prijs die voor iedereen betaalbaar is.

Niemand aan de zijlijn
De basis van waaruit we vertrokken voor dit onderzoek is eigenlijk heel simpel: een duurzame samenleving werkt alleen als iedereen de kans krijgt om eraan deel te nemen. Toch is dat vandaag niet vanzelfsprekend. Voor veel mensen zijn circulaire of klimaatvriendelijke keuzes niet alleen een kwestie van motivatie, maar ook van budget.
Hoewel toegankelijkheid deel uitmaakt van de missie van deze winkels, toont de realiteit dat dit type initiatief vooral een socioculturele elite bereikt en maar moeilijk doordringt bij meer diverse en vaak kwetsbare doelgroepen (Innoviris, 2018). Zo blijft een model dat gebouwd is op gedeeld eigenaarschap, in de praktijk eigendom van een vrij homogene groep. De twee coöperaties spelen daar al op in door lidmaatschap geen voorwaarde te maken om er boodschappen te doen: je kan er ook 'gewoon' klant zijn. Of dat volstaat om een diverser publiek de deur binnen te krijgen, is nog maar de vraag. Maar zelfs als de groep klanten zo breder wordt, verandert dat weinig aan de drempel om coöperant te worden: de groep coöperanten of mede-eigenaars groeit daardoor niet per se mee.
Hoe we dat onderzochten
Tijdens dit onderzoek gaven we het woord aan mensen met een migratieachtergrond en mensen die ervaring hebben met financiële kwetsbaarheid. Drie weken lang kregen zij wekelijks een budget om boodschappen te doen bij Bocal of Rico Lab. Hun ervaringen, verwachtingen en bedenkingen vormen de kern van dit onderzoek, en van dit artikel.
Dat budget was een bewuste keuze. We wisten al dat prijs een grote drempel vormt. Door die drempel tijdelijk en gedeeltelijk weg te nemen, konden we in kaart brengen wat er daarnaast nog meespeelt.
We spiegelden onze eerste inzichten aan de 8 B's van toegankelijkheid om te achterhalen waar er werk aan de winkel is. Wat blijkt? Niet alleen de betaalbaarheid weegt door, maar ook de bruikbaarheid, de bekendheid en de begrijpbaarheid, met betrouwbaarheid dat daaruit volgt.
Is het bruikbaar?
"Wat heb ik daaraan?" Veel respondenten snapten niet goed wat ze aan een aandeel hadden. Lid worden leek hen enkel interessant als je héél hard achter de missie staat. Interesse en passie voor het thema waren voor hen een duidelijke voorwaarde. Die feedback kregen we aanvankelijk ook van de coöperatieve winkels zelf: zoek vooral mensen die de passie delen, anders is er weinig animo om lid te worden.
Maar wringt daar niet net de schoen? Als enkel de die-hard believers te overtuigen zijn, bereik je snel een plafond. Zou het niet waardevoller zijn om die groep uit te breiden met mensen die even veel baat hebben bij de missie, zonder dat het hun passie moet zijn?
Dat het anders kan, bleek uit een vergelijking met wooncoöperaties - die waren bij de respondenten beter bekend. Sommigen hadden er al infosessies over bijgewoond, en ook wie er nog nooit van gehoord had, toonde meer interesse. De reden is simpel: betaalbaar en kwalitatief wonen spreekt aan en voelt als een reëel voordeel.
Veel respondenten hadden het gevoel dat er maar weinig tegenover het lidmaatschap stond. Een passie voor de duurzame missie schrijven de meeste deelnemers wel toe aan anderen, maar zelden aan zichzelf. Een teken dat duurzame voeding voor hen niet vanzelfsprekend tot de eigen leefwereld behoort, terwijl de gevolgen van ongezonde voeding, net als die van slechte huisvesting, wel zwaar kunnen doorwegen.
Wie vandaag het minst toegang heeft tot gezonde voeding, heeft met andere woorden het meeste te winnen bij winkels als deze. Het voordeel is er dus wel degelijk, maar het blijft theoretisch zolang onder meer de prijs een drempel vormt. Dat verklaart mee waarom het niet als voordeel wordt herkend.
Het verhaal verandert pas wanneer het lidmaatschap gezonde voeding ook echt betaalbaarder maakt. Dan voelt het wél als een reëel voordeel, net zoals bij wooncoöperaties.
→ Maak van passie geen voorwaarde. Wie al achter de missie staat, wordt makkelijk(er) lid, maar daar zit meteen ook het plafond. Hoe breder de groep leden, hoe beter een winkel slaagt in zijn eigen missie: gezonde en eerlijke voeding toegankelijk maken voor zoveel mogelijk mensen. Een diverse ledengroep is bovendien een betere weerspiegeling van de samenleving, en dat kan een coöperatie ook weerbaarder maken: ze steunt op meer schouders en weet beter wat er leeft bij de mensen die ze wil bereiken. Interesse mag groeien ná het lidmaatschap; ze hoeft er geen voorwaarde voor te zijn.
Ook het aanbod van de verpakkingsvrije winkel zelf was niet altijd even bruikbaar. Hoewel de waardering voor de kwaliteit van het aanbod zeer hoog was, vonden de deelnemers het niet altijd breed of herkenbaar genoeg. Er ontbraken bekende merken en producten (zoals flessen water, chips en frisdrank), maar ook variatie binnen eenzelfde productcategorie. Grote verpakkingen, zoals wc-papier in gezinsformaat, vonden ze er evenmin. Hierdoor zijn ze tijdens het experiment voor sommige producten alsnog naar andere winkels uitgeweken.
Helemaal onverwacht is dat niet. Deze winkels leggen bewust heel andere klemtonen en beschikken niet over de winkelruimte om een volledig supermarktassortiment aan te bieden. Maar het betekent wel dat een bezoek vandaag zelden een volledige boodschappenronde vervangt, en dat de deelnemers dus nog een extra verplaatsing moeten maken, wat tijd en moeite kost.
→ Leer de groep kennen die je wil bereiken. Leer de groep kennen die je wil bereiken. Wat mist zij in de rekken, en wat zou haar over de streep trekken? Een breder ledenbestand levert net de inbreng op die het aanbod herkenbaarder maakt.
Wat wel opvalt, is dat het systeem ook iets oplevert wat in een supermarkt niet kan: je koopt exact de hoeveelheid die je nodig hebt. Voor wie alleenstaand is of voor kleine huishoudens, is dat een reëel voordeel.
"Ik heb maar honderd gram van iets nodig [...] dan wandel je er binnen, je pakt de juiste hoeveelheid en je bent klaar."
→ Zet dat voordeel nog sterker in de verf. Precies kopen wat je nodig hebt betekent minder verspilling, en de kans om iets uit te proberen zonder meteen een volle verpakking te kopen. Voor wie het financieel moeilijk heeft, kan het ook ademruimte bieden. Hoewel een grote verpakking op termijn vaak voordeliger is, vraagt het vooraf wel een groter bedrag, en daar is niet altijd ruimte voor. Met kleine hoeveelheden betaal je enkel wat je op die moment nodig hebt.

Is het betaalbaar?
Niet voor iedereen. Al bij de kick-off gaven de deelnemers aan dat prijs voor hen de doorslaggevende factor is in hun aankoopkeuzes. Dat beeld bleef overeind. Velen vonden bepaalde producten "zeker de moeite waard" om voor terug te komen, en er was veel appreciatie voor de kwaliteit. Toch kwam de prijs meermaals terug als reden waarom ze er niet regelmatig konden winkelen. Daarbij spelen twee prijzen mee: die van de producten zelf, en die van het lidmaatschap.
De prijs van de producten is geen willekeurige keuze van de winkel. Dat gezonde en duurzame voeding voor veel mensen onbetaalbaar is, is een systeemfout die je moeilijk alleen bij de buurtwinkel kan leggen. De marges zijn er al laag, en de prijzen nog verder verlagen zou waarschijnlijk ten koste van de boer gaan. Participatieve coöperaties (zoals Coop Centraal en BEES Coop) proberen de prijzen wel te drukken: omdat leden zelf een aantal uren per maand meewerken in de winkel, liggen de personeelskosten er lager. De twee winkels uit ons onderzoek werken bewust niet zo. Zonder werkverplichting voor leden willen ze toegankelijker zijn en een breder publiek aantrekken. Daardoor missen ze dan wel dat prijsvoordeel.
Bij verpakkingsvrij winkelen komt daar nog iets bij: onvoorspelbaarheid. Je koopt geen product met een vaste prijs erop. Je weegt zelf af en kent de prijs per kilo, maar wat je precies betaalt, zie je pas aan de kassa. Wie met een beperkt budget boodschappen doet, wil kunnen volgen hoeveel de inhoud van z'n mandje kost. Die grip op het budget ontbreekt vandaag grotendeels. Dat verandert alleen als je zelf actief meerekent of aan de kassa een voorlopig subtotaal durft te vragen, wat op zich al stigmatiserend kan zijn. De financiële drempel is dus niet alleen een kwestie van de hoogte van de prijs, maar ook van de onvoorspelbaarheid ervan.
→ Geef mensen grip op de prijs. Zijn er ingrepen mogelijk in de winkel die het verschil kunnen maken? Zoals weegschalen die meteen een prijsbonnetje printen? Benoem het voordeel ook - wanneer het er wel is. Promoties en prijsvergelijkingen wegen zwaar door in de aankoopkeuzes van deze groep, dus communiceer er breed over wanneer iets in promotie is of goedkoper uitvalt dan elders.

→ Geef mensen grip op de prijs. Zijn er ingrepen mogelijk in de winkel die het verschil kunnen maken? Zoals weegschalen die meteen een prijsbonnetje printen? Benoem het voordeel ook - wanneer het er wel is. Promoties en prijsvergelijkingen wegen zwaar door in de aankoopkeuzes van deze groep, dus communiceer er breed over wanneer iets in promotie is of goedkoper uitvalt dan elders.
Daarnaast zijn er pistes om de producten zelf betaalbaarder te maken voor wie het financieel moeilijker heeft. Kruidenier Solikoop in Leuven werkt bijvoorbeeld met een tweeprijzenbeleid. Iedereen kan er winkelen, maar dankzij een samenwerking met het OCMW betalen mensen met een verhoogde tegemoetkoming (de sociale klanten) er een lagere prijs. Dat gebeurt via een aparte klantenkaart, dus het verschil is niet zichtbaar in de winkel, enkel aan de kassa. ‘Solidaire klanten’ betalen een marktconforme prijs, vergelijkbaar met de supermarkt.
Op groenten en fruit loopt de korting op tot 40%, maar nooit onder de aankoopprijs: Solikoop maakt dus geen winst op de sociale klant. Zo'n systeem vraagt wel grote aanpassingen, zoals kassasoftware op maat die voor elk product twee prijzen kan hanteren.
Een ander project die betaalbaarheid probeert te garanderen is la CLASS in Schaarbeek, een proefproject rond een "sociale zekerheid voor voeding". Deelnemers storten elke maand een bijdrage in een gezamenlijke pot, afhankelijk van hun inkomen: tussen 100 en 225 euro. Iedereen krijgt 150 euro op een betaalkaart. Wie weinig verdient, krijgt dus meer terug dan hij inlegt, en wie meer verdient, legt wat bij. Met die kaart kunnen ze terecht in een tiental winkels die een burgercomité selecteert, waaronder BEES coop.
Dan is er nog de prijs van het lidmaatschap. Wie lid wil worden, koopt een aandeel, bij de meeste coöperatieve winkels zo'n 100 euro. Voor sommige deelnemers was dat echt te veel. Voor hen kan een solidair aandeel een oplossing zijn. Bij BEES coop en CoopCentraal kan wie het volledige bedrag niet kan missen, instappen aan een vierde van de prijs. Daar hoef je niets voor aan te tonen: het volstaat dat het bedrag van 100 euro je tegenhoudt. Andere deelnemers vonden het bedrag wel haalbaar, zeker als je het over een jaar zou mogen spreiden. Bij hen lag de drempel eerder bij de passie en het engagement die een lidmaatschap volgens hen vraagt. Zo merkte een deelnemer op dat ze dit soort bedragen vandaag ook al betaald voor bijvoorbeeld de moskee - iets waar ze echt achter staat. Opnieuw duikt passie dus op als voorwaarde. Wat lid worden wél interessant zou maken, is een tastbaar voordeel:
"We moeten eigenlijk ook een klantenkaart hebben. [...] Promoties. Dan denk ik, dan is dat wel interessant om dan lid te zijn. Maar lid zijn om lid te zijn, om dan de honderdste nieuwsbrief in de bus te krijgen... Allee, pft, dan denk ik wel thanks."
→ Maak lid worden haalbaar én de moeite waard. Laat toe om het aandeel gespreid te betalen, bied een solidair aandeel aan en maak duidelijk wat er met het geld gebeurt. Koppel er ook een concreet voordeel aan, zoals ledenkortingen of promoties, zodat lid worden (initieel) geen kwestie van passie hoeft te zijn.
→ Bundel de krachten om betaalbaarheid te garanderen. Een tweeprijzensysteem of een initiatief als la CLASS tonen dat het ook anders kan, maar één winkel draagt dat niet alleen. Samenwerken met gelijkaardige coöperatieve winkels kan schaalvoordeel opleveren. Samenwerken met OCMW's en sociale organisaties brengt expertise over hoe je de doelgroep bereikt, opent de weg naar wie er het meest bij te winnen heeft en kan ook financiële steun opleveren. Daarvoor is ook politiek draagvlak nodig, en ruimte voor projecten die solidaire modellen mogelijk maken.
De vraag is dus vooral wie hierin kan tussenkomen. Kan de overheid hierin sturen? Welke rol kan een OCMW spelen? Omgekeerd weten sociale organisaties vaak zelf niet welke coöperatieve of verpakkingsvrije winkels er bestaan, hoe die werken en wat ze voor hun doelgroep kunnen betekenen. En daarmee zitten we meteen bij een andere B: bekendheid..

Is het bekend?
Hier scoorden we het slechtst. Het concept van een coöperatieve, verpakkingsvrije winkel is voor velen nieuw, onduidelijk en het belandt snel in het hoekje van bio - en dus duur. Niet geheel onwaar, maar er zit natuurlijk meer achter. Voor mensen kunnen overwegen om deel te nemen aan een coöperatie, moeten ze wel eerst weten dát ze ergens aan kunnen deelnemen en wat dat juist inhoudt.
→ Stap ermee naar buiten. Communicatie in de winkel kan het concept verduidelijken, maar bereikt vooral wie al binnen is. Bekendheid vraagt ook zichtbaarheid daarbuiten: aanwezigheid in buurthuizen, mond-tot-mondreclame, een standje op de markt: suggesties die van de deelnemers zelf kwamen. Ook sociale organisaties en OCMW's horen daarbij: wie het model niet kent, kan er zijn doelgroep ook niet naartoe leiden.
Aanwezige communicatie valt nu vaak niet genoeg op, wordt niet altijd door al het personeel gedragen en is simpelweg te complex; wat ons brengt bij begrijpbaarheid.

Is het begrijpbaar?
Het coöperatieve aspect is niet makkelijk te begrijpen; de boodschap blijft te complex.
Er heerst onduidelijkheid over wat een coöperatie precies inhoudt. Over het statuut. Over wat je ervoor in de plaats krijgt. En vooral: over wat eigenaarschap betekent voor jou persoonlijk.
Er kwamen ook wat vragen bovendrijven rond financiële statuten. Wie een uitkering ontvangt, mag niet zomaar vrijwilligerswerk doen. Mogen zij wel meedraaien in een winkel waar lidmaatschap ook effectief meewerken betekent? Telt dat als werk? Moet dat individueel aangevraagd worden bij hun eigen instantie? En wat als de coöperatie failliet gaat: ben je dan als mede-eigenaar aansprakelijk? Wat gebeurt er in dat geval met die 100 euro?
Het zijn geen hypothetische vragen voor sommige deelnemers. Het gaat over hun uitkering, hun statuut, hun financiële situatie. En precies omdat het antwoord niet duidelijk is, konden ze het risico ook niet inschatten.
Het concept won daardoor alvast niet aan populariteit. Aan de ene kant een risico dat je niet kan overzien, aan de andere kant bleef het hen onduidelijk wat het je oplevert. 'Voor wat?', klinkt het dan. En dat is een redelijke vraag.
Het gevolg van dit alles laat zich raden: het vertrouwen in het lidmaatschap was laag. Wie niet weet wat hij koopt, koopt niet. Of anders gezegd: waar de begrijpbaarheid laag is, is de betrouwbaarheid dat ook.
Ook in de winkel zelf werden de respondenten niet altijd wijzer. Ze stelden hun vragen, maar na de uitleg bleef het lidmaatschap voor sommigen vaag. Wie het systeem wél begreep, had die kennis vaak elders opgedaan. Bovendien kon niet al het personeel het coöperatieve verhaal even duidelijk overbrengen. Die onduidelijkheid heeft ook te maken met de opzet van de coöperatie. In een participatief model draaien leden zelf mee in de winkel, waardoor het coöperatieve verhaal er vanzelf zichtbaarder is. De winkels uit ons onderzoek kozen, zoals eerder vermeld, bewust niet voor dat model. Dat is een begrijpelijke keuze: drie à vier uur per maand vrijmaken is voor veel mensen op zich al een serieuze drempel. Maar wie die verplichting laat vallen, moet het coöperatieve karakter op een andere manier levend houden, anders schuift het stilaan naar de achtergrond. Het is nochtans wat de winkel mee onderscheidt van een gewone supermarkt, dus hier ligt een duidelijke kans.
→ Maak concreet wat lid worden inhoudt. Wat kost het, wat krijg je ervoor, wat gebeurt er met je aandeel bij een faillissement, en wat betekent het voor je statuut of uitkering? Zet het in heldere taal zichtbaar in de winkel, en zorg dat iedereen in het team het kan uitleggen. Want wie wél snapt waar die in investeert, stapt makkelijker in.
Hoe begrijpbaar is het verpakkingsvrij winkelen? Dat lijkt wel goed te scoren.
De belangrijkste randvoorwaarde die deelnemers daarvoor zelf naar voren schuiven is begeleiding. De werking is voor nieuwe bezoekers upfront niet altijd duidelijk, en het is net begeleiding van winkelpersoneel die drempels kan wegnemen nog vóór ze een probleem worden.
Het was duidelijk dat de begeleiding in de winkels wel aanwezig was (“Ze zag mij aan het denken. Ze zei: jij moet een lepeltje pakken en die achteraf daar zetten.") én dat deze begeleiding en info die op voorhand werd gecommuniceerd rond het verpakkingsvrij winkelen wel werd geapprecieerd.
Maar ook in het algemeen hebben de respondenten dit vermeld als belangrijke voorwaarde als het gaat om veranderingen in de leefwereld in teken van duurzaamheid (zoals de shift van grijze zakken naar duurdere, gescheiden zakken: "Leert eerst de mensen sorteren voordat je ze iets oplegt.")
→ Zorg dat begeleiding altijd voorhanden is. De winkels doen het hier al goed. Maar nieuwe gewoontes ontstaan niet op 1-2-3, en het personeel merkt niet altijd dat iemand voor het eerst over de vloer komt. Blijf daarom ook inzetten op duidelijke communicatie vooraf en in de winkel zelf, zodat ook wie niet opvalt als nieuwe bezoeker meteen de weg vindt.

En wat met de andere B's?
- Betrouwbaar. Hier en daar bleef wel twijfel bestaan over het hygiënische aspect van verpakkingsvrij winkelen.
- Bereikbaar. Tijd en middelen hebben om heen en weer te reizen is niet vanzelfsprekend. In ons onderzoek woonde de meerderheid van de respondenten niet in de buurt van de winkels - deels aan onze selectie te wijten, maar ook een realiteit: dit type winkel vind je nog niet om elke hoek. Ook het gebrek aan parking werd genoemd als hindernis. En eenmaal ter plaatse was de winkel niet voor iedereen even toegankelijk: voor wie zich met een rolstoel of rollator verplaatst, was het vaak net te krap.
- Beschikbaar. Hier verwijzen we terug naar de opmerkingen over een ontoereikend of weinig herkenbaar aanbod. Daarnaast speelt ook de beschikbaarheid van de winkel zelf mee. De openingsuren zijn ruim, maar het blijft moeilijk opboksen tegen supermarktketens die zeven dagen op zeven tot 's avonds laat open zijn. Een bezoek vraagt in vergelijking dus soms wat meer planning, al hangt dat dan weer sterk af van hoe ver je van de winkel woont.
- Begripvol. De respondenten werden in beide winkels zeer goed onthaald en begeleid. Wel ligt de werklast aan de kassa hoger, want alle verpakkingsvrije producten moeten er nog eens gewogen worden. Wanneer deelnemers vragen stelden over de opzet van de winkel was daar, zeer begrijpelijk, niet altijd tijd voor aan de kassa. Ook hier blijkt dus hoe belangrijk heldere communicatie over de winkel en de coöperatie is: online én in de winkel, en liefst in meerdere talen. Zo kunnen vragen ook worden opgevangen wanneer het personeel er op dat moment niet aan toekomt - door te verwijzen naar de communicatie.

Eerlijk voor wie?
Gezonde en duurzame voeding aan een eerlijke prijs, zonder al te veel verpakking. Het is een missie waar we volledig achter staan, maar die vandaag voor velen onbereikbaar blijft.
Wat dit onderzoek ons tot nu toe vooral leert, is dat de financiële drempel maar één deel van het verhaal is. Zelfs met het geld op zak bleef lidmaatschap voor onze deelnemers een vaag voorstel: onduidelijk in wat het inhoudt, onzeker in wat het oplevert, en gereserveerd voor wie gepassioneerd is rond duurzaamheid. Er is dus werk aan de winkel.
Bovendien staan die drempels niet los van elkaar, ze versterken elkaar. Neem het voordeel van kleine hoeveelheden kopen. Eén deelnemer zag daar meteen de meerwaarde van, maar de winkel ligt te ver om er speciaal voor langs te gaan. Het voordeel is er dus wel, maar het weegt pas door als de omstandigheden kloppen. Zo ook bij de andere B's: een helder verhaal over het lidmaatschap helpt weinig als niemand de winkel kent, en bekendheid brengt weinig op zolang de prijs een te grote drempel blijft.
Dat werk is dan ook niet zomaar op te lossen binnen de vier muren van een coöperatieve verpakkingsvrije winkel. Het vraagt initiatief op heel wat niveaus: van sensibiliseren over gezonde voeding en toeleiding via sociale organisaties en OCMW's, over solidaire initiatieven die de betaalbaarheid waarmaken en meer winkels die het concept dichter bij de mensen brengen, tot wel degelijk aanpassingen op winkelniveau.
Makkelijker gezegd dan gedaan, want veel van die antwoorden vragen schaal, en die schaal vraagt net een bredere groep coöperanten. Toch zit daar ook de oplossing. Een coöperatie is per definitie van haar leden: hoe breder die groep, hoe bekender het concept wordt, hoe meer input over wat er precies nodig is en hoe meer ruimte voor samenwerking en schaalvoordeel.
Het is dus vooral een kwestie met wie we deze drempels aangaan; want zoiets doe je niet alleen.
Binnenkort volgt het volledige rapport, met alle inzichten en aanbevelingen.

Het onderzoek MUCE Coopt wordt uitgevoerd door MUCE met steun van de Nationale Loterij, in samenwerking met het Kenniscentrum Coöperatief Ondernemen (KCO) en de coöperatieve supermarkten Bocal, RICO LAB en Coop Centraal.
Bronnen
Innoviris (Co-create), Falcoop – Duurzame voeding toegankelijk voor iedereen via BEES coop, 2018