Coöperatieve supermarkten: voor iedereen?
Coöperatieve supermarkten: voor iedereen?
Coöperatieve supermarkten bieden een alternatieve manier van winkelen. Klanten kunnen er mede-eigenaar worden. Wat dat inhoudt, verschilt van coöperatie tot coöperatie: van enkel een aandeel kopen tot zelf meewerken in de winkel. Achter dit model zit vaak een uitgesproken ambitie: duurzame, lokale voeding bereikbaar maken voor iedereen, aan een prijs die eerlijk is voor de boer én de consument. Maar is dat model in de praktijk wel voor iedereen toegankelijk?
In 2024 voerde ik met enkele medestudenten een kwalitatief onderzoek uit naar twee coöperatieve supermarkten in Brussel: BEES coop in Schaarbeek en Le Pédalo in Elsene. In een vorig artikel lichtte ik toe wat zo'n coöperatie precies inhoudt en of dit model een oplossing biedt voor het prijskaartje van bio. Onze conclusie: ondanks het coöperatieve model liggen de prijzen er nog altijd hoger dan bij de grote supermarktketens.
Dat prijskaartje vormt een eerste barrière, maar daar blijft het niet altijd bij. In dit artikel kijk ik welke andere drempels er spelen, en hoe initiatieven in Brussel ze proberen te verlagen.

Een model voor wie het zich kan permitteren?
De realiteit toont dat coöperatieve supermarkten vooral bereik vinden onder een socio-culturele elite. Zo is (en was) het nochtans niet bedoeld. De Park Slope Food Coop in Brooklyn, een voorbeeld van vele coöperatieve supermarkten, ontstond in 1973 als aankoopgroep van een tiental buurtbewoners. Zij wilden gezonde, betaalbare voeding binnen ieders bereik brengen.
Vandaag telt Park Slope bijna 17.000 leden, en die zijn diverser dan het publiek van een doorsnee biowinkel. Wat hen samenbrengt, is vooral de wens om gezonder, lokaler en duurzamer te eten.
Hierachter schuilt de veronderstelling dat voeding iets is waar je tijd en aandacht in kan investeren. Mensen die in moeilijke omstandigheden leven en heel andere prioriteiten hebben, zijn minder vertegenwoordigd.
Ook bij BEES coop lijkt dat zo te zijn. Onze studie suggereert dat de leden de diversiteit van de Brusselse bevolking niet weerspiegelen. Dat is misschien niet verwonderlijk. Wie er wil winkelen, moet niet alleen de hogere prijzen kunnen betalen, maar ook meteen coöperant worden: een aandeel kopen en elke vier weken een shift draaien. Voor wie niet vertrouwd is met coöperaties, is dat geen evidente stap.

© Marie-Hélène Gregoire
Drempels verlagen in Schaarbeek
BEES coop is zich bewust van die drempels en zoekt al langer naar manieren om ze te verlagen. Nieuwe leden wordt gevraagd om voor 100 euro aandelen te kopen, maar wie dat te veel is, kan ook met één aandeel van 25 euro instappen. Ook bij Coop Centraal in Antwerpen is dit het geval.
In 2018 sloot BEES coop een overeenkomst met het OCMW van Schaarbeek om mensen in armoede beter te bereiken. OCMW-cliënten kregen zes maanden de tijd om de winkel als gewone klant te leren kennen, in plaats van de gebruikelijke maand, zonder meteen aandelen te moeten kopen. Daarna konden ze hun aandeel in schijven afbetalen, waarbij het OCMW een deel voorschoot. Beide partners zorgden ook voor persoonlijke begeleiding (BRUZZ, 2018).
Die samenwerking kreeg een vervolg. Omdat de coronacrisis het sociale isolement van veel ouderen had vergroot, konden in 2022 een twintigtal ouderen die steun kregen van het OCMW coöperant worden bij BEES coop. Ze kregen elke maand een budget om er boodschappen te doen, draaiden net als alle andere leden om de vier weken een shift van 2u45 en namen deel aan workshops rond duurzame voeding, welzijn en cultuur (OCMW Schaarbeek). Later groeide het project uit tot zo'n 70 deelnemers, die elk 150 euro per maand kregen om bij BEES coop te winkelen. Hun aandeel van 25 euro werd betaald door het solidariteitsfonds van de coöperatie.
Een solidair systeem
Deze initiatieven vormden de opstap naar een nieuw initiatief: la CLASS, voluit de Caisse Locale d'Alimentation Solidaire de Schaerbeek. Het is een proefproject rond een 'sociale zekerheid voor voeding'. Het idee: net zoals bij gezondheidszorg draagt iedereen bij naar vermogen, zodat iedereen toegang krijgt tot kwaliteitsvolle voeding.
Deelnemers storten elke maand een bijdrage in een gezamenlijke pot, afhankelijk van hun inkomen en gezinssituatie. Die bijdrage ligt tussen 100 en 225 euro, en een rekentool op de website stelt een bedrag voor. Wat je ook bijdraagt, iedereen krijgt 150 euro op een betaalkaart. Wie weinig verdient, krijgt dus meer terug dan hij inlegt, en wie meer verdient, legt wat bij. Met die kaart kan je terecht in winkels die geselecteerd worden door een burgercomité, waaronder BEES coop.
La CLASS ging in oktober 2025 van start met een honderdtal deelnemers. In juni 2026 waren dat er al bijna 200, die in een tiental winkels hun boodschappen konden doen.
Ook op kleinere schaal kan solidariteit werken. Tijdens onze interviews bij BEES coop verwezen twee mensen naar de bakkerij Le Pain Levé, eveneens in Schaarbeek en ook een partnerwinkel van la CLASS. Elk brood heeft er drie prijzen: de gewone prijs, een prijs die 20% lager ligt en een prijs die 10% hoger ligt. Klanten kiezen zelf, zonder uitleg te moeten geven. Wie de hogere prijs betaalt, helpt de lagere mee te financieren, zodat zowel kleine als grote budgetten er terechtkunnen.
Zulke initiatieven halen drempels weg, maar tegen de prijzen van de grote supermarktketens blijft het moeilijk opboksen. Hoe komt het dat die zoveel goedkoper zijn?

De verborgen kosten in de supermarkt
Een lage prijs aan de kassa betekent vaak dat de rekening elders terechtkomt. Veel boeren krijgen weinig voor hun producten en moeten dus zoveel mogelijk uit hun land halen, vaak met de hulp van pesticiden en kunstmest. Dat put de bodem uit en vervuilt het water, kosten die uiteindelijk de hele samenleving draagt.
Ook op het schap zie je de keerzijde. In de gemiddelde supermarkt bestaat 60 à 80 procent van het aanbod uit ultrabewerkte voeding. Die bevatten vaak veel toegevoegde suiker, zout en vet, en worden in verband gebracht met onder meer obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Een lager prijskaartje dus, maar betalen we niet met onze gezondheid en die van de planeet?
Food for thought
Coöperatieve supermarkten willen gezonde en duurzame voeding toegankelijker maken, en solidaire systemen zoals la CLASS of Le Pain Levé helpen daarbij een handje. Maar het probleem ligt dieper: dat gezonde, duurzame voeding voor veel mensen onbetaalbaar blijft, zit ingebakken in ons huidige voedselsysteem.
Wie moet dan de grootste verantwoordelijkheid opnemen? De overheid? De supermarktketens? De producenten? Het collectief? Of wie het zich kan veroorloven?
Een eenvoudig antwoord is er alvast niet. Hoe denk jij dat we gezonde voeding voor iedereen bereikbaar maken?

Wie is Zoé?
Sinds haar kindertijd is Muze Zoé geïnteresseerd in milieu en natuur. Ze heeft verschillende passies, waaronder duurzame (plantaardige) voeding en circulaire economie. Ze rondde net haar master in Milieukunde af en schrijft af en toe artikels voor MUCE.

Bronnen
BRUZZ, Coöperatieve supermarkt Schaarbeek in zee met OCMW, 17 februari 2018.
OCMW Schaarbeek, Het OCMW zet de succesvolle samenwerking met BEES coop voort.
Innoviris, Co-create – Falcoop, projectfiche, 2018. Onderzoek uitgevoerd door het CEESE (ULB) in samenwerking met BEES coop.
Eva Kestemont, Gezondheid boven winst: deze winkels vermijden ultrabewerkt voedsel zoveel mogelijk, De Morgen, 18 oktober 2025.